Skip to main content

Het Jean Gol Centrum wijst de weg naar een België dat koploper wordt in artificiële intelligentie

In het hoofdkwartier van de Mouvement Réformateur op maandag 5 januari 2026 presenteerde het Jean Gol Centrum zijn ambitieuze programma om België te positioneren als een van de leidende naties op het vlak van artificiële intelligentie (AI). Vier Belgische ministers, David Clarinval, Jacqueline Galant, Valérie Glatigny en Eléonore Simonet, vergezelden MR- en CJG-voorzitter Georges-Louis Bouchez bij de voorstelling van een strategie die gericht is op begeleiding en stimulering van AI in alle sleutelsectoren van de samenleving.

Dit evenement sluit aan bij het grote colloquium dat voor de eindejaarsperiode in Namen werd gehouden en waar internationale experts en ondernemers bijeenkwamen. Daaruit vloeiden drie aanvullende studies voort. De eerste bevat 70 algemene aanbevelingen over onderwijs, onderzoek, economie, administratie, gezondheid, cyberdefensie en governance. De tweede focust op de noodzakelijke aanpassingen in het onderwijs en de leerkrachtenopleiding. De derde onderzoekt de structurele uitdagingen van AI, zoals het beheer van datacenters en de bijbehorende energie- en milieukwesties.

Volgens Georges-Louis Bouchez vormt artificiële intelligentie wellicht de grootste industriële revolutie in de geschiedenis, met een ongeziene snelheid van evolutie. Nu 52% van de wereldwijde AI-risicokapitaalinvesteringen zich in de VS bevindt, 40% in China en slechts 5% in Europa, dreigt België zonder snelle actie geconfronteerd te worden met een “technologische soevereiniteit” die elders bepaald wordt.

Het Europese paradox blijft duidelijk: de EU was pionier in regelgeving (EU AI Act 2024), maar heeft te weinig geïnvesteerd. Toch beschikt België over aanzienlijke troeven. IMEC in Leuven is wereldleider in onderzoek en ontwikkeling van halfgeleiders, met 6.500 medewerkers uit meer dan 100 landen en een geschatte waarde van 4 miljard euro voor de productie-installaties alleen. Deze middelen kunnen worden ingezet via een gecoördineerde politieke strategie.

Wat het onderwijs betreft, stelde Valérie Glatigny een vernieuwende aanpak voor: AI zien als kunstmatige steun voor menselijke intelligentie, niet als vervanging. Reeds vanaf het derde leerjaar (8 jaar) zouden leerlingen digitale geletterdheid en kritisch denken kunnen aanleren. Pilootprojecten zijn momenteel gestart: 20 zesdeklas-scholen testen de tools met een budget van 200.000 euro vanaf januari. Vanaf het schooljaar 2026-2027 zou het lessenrooster van het eerste middelbaar aangepast worden om 2 uur digitale vorming op te nemen. De gratis platforms e-Class, HAPI en PIX (zelfcertificeringstool) zouden geleidelijk geïntegreerd worden. Een overkoepelend plan voor permanente opleiding van alle leerkrachten wordt voorzien vanaf 2026-2027 en zou de pedagogische, administratieve en kritische toepassingen van AI dekken. Het doel is onderwijstijd vrij te maken door het automatiseren van correcties, aanwezigheden, rapporten en uurroosters.

Jacqueline Galant benadrukte dat de modernisering van het openbaar bestuur gebaseerd moet zijn op drie hefbomen: nu handelen, concreet moderniseren en menselijk begeleiden. Een proefproject loopt momenteel in Wallonië met ongeveer 400 ambtenaren, met positieve eerste resultaten. Naar schatting zal tegen eind 2026 één op drie Europese ambtenaren dagelijks AI gebruiken. Het voorbeeld van milieuvergunningen illustreert het potentieel: het zoeken naar het woord “asbest” in duizenden pagina’s nam weken in beslag; met AI duurt dat slechts enkele uren. De gewonnen tijd laat toe om de nabijheid met de burger te versterken. In elke directie van het SPOE en de Fédération Wallonie-Bruxelles wordt een AI-verantwoordelijke voorzien. Opleidingen zullen deze transformatie ondersteunen om de aantrekkelijkheid van het ambtenarenberoep te vergroten.

David Clarinval schetste het economische potentieel: volgens Google kan België tegen 2034 tot 50 miljard euro aan toegevoegde waarde genereren dankzij AI. Een ING-studie suggereert dat banen niet verdwijnen, maar veranderen: een derde wordt versterkt, een derde blijft grotendeels onaangetast en een derde ondergaat aanzienlijke veranderingen. Op federaal niveau worden verschillende initiatieven overwogen, zoals de digitale Omnibuswet om de concurrentiekracht te versterken, alsook Regulatory Sandboxes waarin AI-innovaties veilig getest kunnen worden. Een federaal AI-loket zou opgericht worden, ondersteund door robuuste infrastructuren (datacenters) met behoud van Europese soevereiniteit.

Eléonore Simonet herinnerde eraan dat AI niet enkel voor technologiereuzen mag zijn, maar ook een productiviteitshefboom voor KMO’s moet vormen. Volgens Agoria kan de competitiviteit van techbedrijven die AI inzetten met 75% stijgen. De ING-studie bevestigt dat 65% van de getroffen werknemers geen werkloosheid tot gevolg zou hebben. Het KMO-plan 2025 voorziet verschillende maatregelen: Regulatory Sandboxes voor veilige innovatie, de herinvoering van degressieve afschrijving voor innovatieve investeringen (verdwenen in 2017), publiek-private partnerschappen (SFPIM en privésector) en een versnelling van visaprocedures voor buitenlandse AI-talenten.

Naast de burgerlijke economie wil de MR een militaire én civiele “cybervallei” ontwikkelen in Wallonië, voortbouwend op de ruimtevaartpool van Redu. Het doel is België uit te rusten met geavanceerde capaciteiten in digitale defensie en kwantumcyberveiligheid, bestand tegen toekomstige AI-gestuurde cyberaanvallen. Een Defensie-incubator zou de wendbaarheid van startups combineren met militaire slagkracht. Hoewel AI veel energie verbruikt, kan het ook aanzienlijke energiebesparingen opleveren door optimalisatie van slimme energienetwerken. In de gezondheidszorg zou het doorbreken van gegevenssilo’s revolutionaire diagnoses mogelijk maken. Een “Fast Track”-loket bij het FAGG zou de goedkeuring van therapeutische innovaties versnellen.

Georges-Louis Bouchez besloot dat Europa – en België samen met haar – opnieuw het voortouw moet nemen in de mondiale technologische wedloop. Terwijl de VS en China strijden om het leiderschap, biedt zich voor België een strategisch venster aan om een belangrijk AI-innovatiecentrum in Europa te worden. De 70 voorstellen van het Jean Gol Centrum vormen een concreet actieplan waarvan de eerste maatregelen op korte termijn kunnen worden uitgevoerd.

Ontdek het volledige strategische document door het rapport met de 70 voorstellen van het Jean Gol Centrum te downloaden. Dit dossier bevat de aanbevelingen om van België een Europese leider in artificiële intelligentie te maken.

Deze studie werd gedragen door Corentin de Salle, wetenschappelijk directeur van het Jean Gol Centrum.

De studie kon rekenen op de bijdrage van verschillende belangrijke spelers in de Belgische AI-sector: Thibault Hellepute, CEO van DNAlytics, Fabrice Brion, CEO van I-Care, Olivier Rousseaux, Director Venture Development bij IMEC, Damien Ernst, professor aan de ULiège, wetenschappelijk directeur van Haulogy en medeoprichter van Belerion.

Pierre-Yves Jeholet, vicevoorzitter van de Waalse Regering, Franstalig minister van Economie, Industrie, Digitale Zaken, Werk en Opleiding, Valérie Glatigny, vicevoorzitter van de Regering van de Franse Gemeenschap, Franstalig minister van Onderwijs en Sociaal Promotieonderwijs, Jacqueline Galant, Franstalig minister van Sport, Overheidsdienst, Administratieve Vereenvoudiging en Media, David Clarinval, Belgisch vice-eersteminister, federaal minister van Werk, Economie en Landbouw, en ten slotte Eléonore Simonet, federaal Belgisch minister van Middenstand, Zelfstandigen en KMO’s, evenals hun respectieve kabinetten, hebben ingestemd met hun medewerking aan de uitwerking en de nalezing van deze studie.

Cette étude a été portée par Thibault Legrain et Alec Van Camp et a été dirigée, coordonnée et supervisée par Corentin de Salle, directeur scientifique du Centre Jean Gol.

Elle a bénéficié de l’éclairage et des conseils des professeurs de génétique Marc Boutry (UCLouvain), Hervé Vanderschuren (ULG et KULeuven), Nathalie Verbruggen (ULB) et du professeur de droit, spécialiste des brevets, Vincent Cassiers (UCLouvain). Il a pu bénéficier également de l’aide d’Emmanuel Wart, expert de l’agriculture auprès de divers ministres de l’agriculture (Laruelle, Ducarme, Clarinval, Dolimont, etc.).