Dans dit majestueuze decor en de hele dag door tekenden de debatten de wegen uit van een Europa dat vastbesloten is opnieuw een supermacht te worden, in staat om zijn model, zijn waarden en zijn handelingsvrijheid te verdedigen in een steeds brutalere wereld.
Op 13 maart 2026 organiseerde het Centre Jean Gol een colloquium in het Egmontpaleis, in het hart van Brussel, een symbool van de Belgische en Europese diplomatie. Het CJG heeft groot gedacht. Heel groot. Niet minder dan acht panels, een tiental uur debatten en een bomvolle zaal vanaf de opening, zodat een tweede zaal moest worden geopend om alle deelnemers te ontvangen.
Het gekozen thema weerklonk met de actualiteit: Europa heroveren op weg naar zijn soevereiniteit. Agrarisch, financieel, militair, energetisch, geopolitiek – de soevereiniteit werd tot in de kleinste details ontleed, door actoren die zich, meestal, op de eerste rij bevinden. Eurocommissarissen, generaals, bedrijfsleiders, ambassadeurs, ministers, economen… De dag maakte zijn beloften waar. Dit is wat u moet onthouden.
Voor de aanvang van de debatten schetste een inleidende video het decor met cijfers die tot nadenken stemmen. Europa weegt nog altijd voor 17% in de wereldrijkdom, maar zijn bbp vertegenwoordigt nog slechts 65% van dat van de Verenigde Staten. In vijftig jaar tijd heeft geen enkel Europees technologiebedrijf dat vanuit het niets werd opgericht een beurskapitalisatie van meer dan 100 miljard bereikt. Slechts 4 van de 50 grootste technologiebedrijven ter wereld zijn Europees.
In die context nam Georges‑Louis Bouchez, voorzitter van de Mouvement Réformateur en van het Centre Jean Gol, het woord. Zijn boodschap was rechttoe rechtaan: “Europa zit op de reservebank in plaats van op het veld te staan. Dat is zo in Oekraïne, in Gaza, tegenover Iran. En hetzelfde geldt precies voor de positie inzake industrie, energie en defensie.”
De diagnose is streng, maar de voorzitter bleef niet bij de vaststelling. Hij wees de oorzaak aan: sinds dertig jaar heeft de Europese Unie beslissingen genomen die tegen haar eigen belangen ingaan, vaak uit hypocrisie of gemakzucht. We bekritiseren de Verenigde Staten, terwijl we voor onze veiligheid van hen afhangen. We geven China mensenrechtenlessen, terwijl we haar onze zeldzame aardmetalen en onze industrie uitbesteden. “We hebben naar de wereld gekeken zoals we wilden dat hij was, niet zoals hij is.” Zijn conclusie: het is niet te laat, maar het is tijd.
Panel 1 – Voedselsoevereiniteit: Europa voeden, een strategische uitdaging
Het eerste panel opende de werkzaamheden met een vaststelling die velen geneigd zijn te vergeten: voeding is geopolitiek. Christophe Hansen, Europees commissaris voor Landbouw, legde het onderwerp meteen op tafel: “Voedselsoevereiniteit is een thema dat we veel te lang hebben verwaarloosd.” Hij herinnerde eraan dat de agrovoedingssector 13 miljoen jobs in de Unie vertegenwoordigt en dat Europa elk jaar voor 235 miljard euro aan voedingsproducten uitvoert – 64 miljard meer dan het invoert. Een reële, maar kwetsbare kracht.
Het pijnpunt? De coherentie tussen landbouwbeleid en handelsbeleid. Benoît Cassart, landbouwer en Europees parlementslid, zei het zonder omwegen: “We verplichten Europese producenten om de strengste lastenboeken ter wereld te respecteren, en tegelijk importeren we producten die er niet aan onderworpen zijn. Dat is incoherent en het breekt het moreel van de landbouwers.” Het voorbeeld van suiker is sprekend: strikte normen hier, subsidies en verboden chemische producten ginds, en toch dezelfde concurrentie op de Europese markt.
Anne‑Catherine Dalcq, Waals minister van Landbouw, bracht een vaak onderschat probleem naar voren: de grondkwestie. In Wallonië is 50% van de landbouwers ouder dan 55 jaar en heeft slechts 20% een geïdentificeerde opvolger. Wie neemt de gronden over? Niet altijd andere landbouwers. Steeds meer buitenlandse investeerders kopen Europese landbouwgronden op. “De dag dat we voor onze voeding van anderen afhangen, geven we heel veel macht aan wie ons voedt.”
Sébastien Abis, van Club Demeter, besloot met een formule die zal blijven hangen: voeding is de “eerste religie” van de Europeanen. Maar we zijn opgehouden dat verhaal te vertellen. We zijn vergeten dat het GLB geen budgettaire kost is, maar een beleid van voedselzekerheid voor 450 miljoen burgers. En in een wereld van nijlpaarden – fel, snel en polygamisch in hun allianties – “kunnen we geen strategisch veganisme beoefenen.”
Panel 2 – Financiële soevereiniteit: geld heeft een nationaliteit
Het tweede panel ging in op een minder zichtbaar maar even strategisch terrein: de financiële autonomie van Europa. Pierre Wunsch, gouverneur van de Nationale Bank van België, opende het debat door te wijzen op de risico’s van een Amerikaanse financiële deregulering die de Europese normen zou kunnen verzwakken. De vraag is niet theoretisch: drie jaar geleden gingen vijf Amerikaanse banken failliet, met een domino‑effect tot in Zwitserland.
Marc Raisière, CEO van Belfius, wees op een in België weinig bekende realiteit: België is het enige land in Europa waar de nummers 1 en 2 in bank‑ en verzekeringswereld allebei Frans zijn. Wanneer zich een crisis voordoet, concentreren deze groepen zich opnieuw op hun nationale belangen – en “bestaat” Europa niet meer.
Gilles Babinet, Digital Champion van Frankrijk bij de Commissie, stelde de kernvraag: artificiële intelligentie is de volgende industriële revolutie. Toch wordt slechts 5% van het wereldwijde durfkapitaal in AI in Europa geïnvesteerd – tegenover 50% in de Verenigde Staten en 40% in China. “Europa creëert de data, de Amerikanen maken er winst mee. Dat is vandaag de taakverdeling.”
Het panel wierp ook licht op Euroclear en het Stella‑project – strategische Europese financiële infrastructuren die bij velen onbekend zijn. De inzet is eenvoudig: als morgen een Amerikaanse administratie beslist om Europese transacties te sanctioneren, hebben we dan een alternatief? Voorlopig niet echt.
Panel 3 – Veiligheidssoevereiniteit: Europa moet leren zich te verdedigen
Dit panel verliep volledig in het Engels, om de eenvoudige reden dat verschillende sprekers geen Frans spraken. Onder hen generaal Sean Clancy, voorzitter van het Militair Comité van de Europese Unie – met andere woorden de hoogste officier van de Europese militaire structuur – generaal Jean‑Paul Paloméros, voormalig commandant Transformatie van de NAVO, en de Amerikaanse ambassadeur in België, Bill White, een naaste van Donald Trump.
Voor hij op de strategische vragen inging, wilde hij hulde brengen aan Georges‑Louis Bouchez, “een groot leider”, en aan zijn vriend Luc Bertrand. Daarna zei hij wat weinigen verwachtten te horen: “Trump loves Europe. Ik wil dat u dat goed begrijpt. Geloof niet alles wat u leest. Hij is een vriend van Europa.” Wat hij doet, legde hij uit, is de Europeanen onder druk zetten om zich voor te bereiden, niet om hen in de steek te laten, maar juist om de geloofwaardigheid van het Bondgenootschap te bewaren als zich een crisis zou voordoen in de regio Azië‑Pacific. “De Amerikaanse nucleaire garantie op de NAVO zal nooit veranderen. Amerika zal er altijd zijn voor Europa.”
Hij herinnerde ook aan de slag om Bastenaken, waar hij aanwezig was voor de 81e herdenking, samen met tien veteranen. “Zonder dit partnerschap met het Belgische volk zouden veel van onze soldaten zijn omgekomen.” Die band, zei hij, is niet diplomatiek. Hij is menselijk. België is vandaag de 11e handelspartner van de Verenigde Staten, “absoluut ondenkbaar voor een land met minder dan 12 miljoen inwoners”, en 150 Belgisch‑Amerikaanse bedrijven die aan beide zijden van de Atlantische Oceaan actief zijn, getuigen daarvan. “Onze vriendschap is diep verankerd in de velden van de Ardennen. En ze kent vandaag een economische renaissance die haar gelijke niet zal hebben.”
Generaal Clancy herinnerde aan iets belangrijks: Europa heeft dertig jaar lang zijn militaire uitgaven teruggeschroefd. Dat is niet nieuw, en opeenvolgende Amerikaanse regeringen – niet alleen Trump – hebben de Europeanen gevraagd meer te doen. Maar vandaag, met een oorlog met hoge intensiteit in Oekraïne en een conflict in het Midden‑Oosten, is het besef eindelijk doorgedrongen.
De centrale vraag van het panel was die naar de complementariteit tussen de NAVO en een autonome Europese defensie. De sprekers waren duidelijk: het is geen binaire keuze. De EU beschikt over eigen instrumenten en middelen – en moet die meer benutten. De echte uitdaging is niet te kiezen tussen het Atlantisch Bondgenootschap en een Europese autonomie, maar voldoende te rijpen om haar verantwoordelijkheid op te nemen.
Aan industriële zijde benadrukten Yves Delatte (SONACA) en Jean‑Luc Maurange (Cockerill) de noodzaak om een echte Europese defensiemarkt uit te bouwen. Vandaag besteedt Europa 400 miljard euro per jaar aan defensie – maar met 130 verschillende types uitrustingssystemen. Die versnippering is een strategische en economische absurditeit.
Panel 4 – Kritieke grondstoffen: Europa’s achilleshiel
Een technischer, maar boeiend panel. Europa is sterk afhankelijk van China voor kritieke grondstoffen – zeldzame aardmetalen, kobalt, lithium, gallium, germanium. Dat is niet nieuw, maar het is nu een dringende kwestie.
Éric Pirard, geoloog en professor aan de Universiteit van Luik, plaatste het debat in perspectief: “Als geoloog bestaan kritieke grondstoffen niet. Er zijn nog enorm veel hulpbronnen in de ondergrond. We weten niet wat er zich op 300 meter onder onze voeten bevindt.” Het probleem is niet geologisch, maar politiek en industrieel: Europa heeft zijn verwerkingscapaciteiten opgegeven, vaak om milieuredenen of omwille van kortetermijnrendabiliteit. China daarentegen heeft massaal geïnvesteerd en controleert vandaag tussen 60 en 100% van de metallurgische productie van tal van onmisbare materialen.
Luc Bertrand, CEO van Ackermans & Van Haaren en voorzitter van DEME, stelde een project voor dat bij het grote publiek nog weinig bekend is: de exploitatie van polymetallische knollen op de oceaanbodem. In de Clarion‑Clippertonzone, tussen Hawaï en Nieuw‑Mexico, bevinden zich voorraden nikkel, kobalt, koper en zeldzame aardmetalen die alles overtreffen wat we op het land kennen. DEME werkt er al tien jaar aan met een unieke Belgische technologie – robots die deze knollen op 4 500 meter diepte kunnen opzuigen. “Als wij het niet doen, zullen de Chinezen het doen.”
Anne Nuyttens, van Solvay, herinnerde eraan dat haar bedrijf vanuit La Rochelle 30% van de Europese behoefte aan zeldzame aardmetalen kan dekken – een capaciteit geërfd van het vroegere Rhodia, ex‑wereldmarktleider. Maar de businesscase is niet rendabel tegenover de Chinese prijzen. Haar concrete vraag aan de overheden: een bodemprijs, langetermijncontracten en een assumptie van “Made in Europe”.
De Waalse minister Pierre‑Yves Jeholet besloot: “We mogen geen enkele deur sluiten. De de‑industrialisatie is aan de universiteit begonnen. Als we willen herindustrialiseren, moeten we ook aan de universiteit beginnen.”
Panel 5 – Energiesoevereiniteit: 25 jaar fouten rechtzetten
Mathieu Bihet, federaal minister van Energie, verwoordde wat velen dachten: “We zitten al een kwarteeuw in een energie‑doolhof. In 1999 besliste een regeringsakkoord om uit de kernenergie te stappen op puur dogmatische basis, op de nattevinger. Dat was een monumentale strategische fout.” Gevolg: Europa heeft de kernuitstap gecompenseerd met gas – en dus zijn afhankelijkheid van buitenlandse koolwaterstoffen versterkt. Wat de oorlog in Oekraïne in 2022 pijnlijk duidelijk maakte, dreigt het conflict in het Midden‑Oosten vandaag te herhalen.
Het goede nieuws, merkte de minister tevreden op: Ursula von der Leyen zelf heeft erkend dat de kernuitstap “een strategische vergissing” was.
Grégoire Dallemagne (EDF Luminus) bracht een structurerende boodschap: elektriciteit vertegenwoordigt slechts 17 tot 18% van de Belgische energiemix – ver achter olie en gas. De prioriteit is de elektrificatie van het verbruik: mobiliteit, verwarming, industrie. Een elektrische wagen verbruikt drie keer minder energie dan een thermische wagen. Een warmtepomp is drie tot vijf keer efficiënter dan een gasketel.
Bernard Delvaux, CEO van Etex (bouwmaterialen in 47 landen), bracht de stem van de industrie: zijn onderneming produceert met veel gas, en voor dezelfde hoeveelheid energie is groene stroom vier keer duurder. Decarboniseren is goed, maar als een concurrent buiten Europa dat niet doet, verdwijnen we uit de markt. Zijn conclusie was direct: het ETS2 moet worden bevroren zolang het mechanisme voor koolstofcorrectie aan de buitengrenzen (CBAM) niet volledig operationeel is.
Professor Damien Ernst (Universiteit van Luik) vatte de situatie in één zin samen: “We hebben realisme nodig, minder dogmatisme en we moeten meer met ingenieurs samenwerken.” En Elisabeth Rizzotti (Newcleo) herinnerde eraan dat de technologie van de vierde‑generatie‑reactoren – kleine reactoren die gebruikte brandstof als brandstof kunnen gebruiken – klaar is. Wat ontbreekt, is financiering en administratieve vereenvoudiging. De “papieren laag”, zoals minister Bihet het noemde, verstikt de projecten.
Panel 6 – Europa in het tijdperk van de imperia: kan het opnieuw een macht worden?
Dit geopolitieke panel was een van de meest levendige van de dag. Drie zeer verschillende perspectieven kruisten elkaar.
De Franse geopolitoloog Frédéric Encel herinnerde aan een ongemakkelijke waarheid: Europa als entiteit is sinds 1945 nooit een macht geweest. Nooit. Omdat de stichtende verdragen een bijna uitsluitend economische roeping hadden. De tweede dimensie van macht – militair en politiek‑strategisch – werd nooit opgenomen, bij gebrek aan wil en omdat men rekende op de Amerikaanse paraplu.
Jean Quatremer, journalist bij Libération, was nog radicaler: “Europa zal nooit de Verenigde Staten van Europa worden. Het bestaat niet, behalve als interne markt.” Voor hem kan een Europa‑macht alleen ontstaan rond een kern van landen – Frankrijk, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Polen – die een gemeenschappelijke visie delen. En die harde kern bestaat nog niet echt.
De Israëlische ambassadrice in België, Idit Rosenzweig‑Abu, bracht een waardevolle externe blik: “Als je niet aan tafel zit, loop je het risico op het menu te staan.” Haar advies was pragmatisch: Europa moet zijn eigen belangen identificeren – economisch, veiligheids‑ en technologisch – en die met dezelfde duidelijkheid verdedigen als eender welke andere macht. De internationale orde zoals ze was, werkte niet perfect, maar wat ervoor in de plaats komt, biedt ook geen enkele garantie.
Tanguy Struye de Swielande (UCLouvain) sloot af met een genuanceerde noot van hoop: Europa beschikt objectief over alle middelen om een grote macht te zijn – economisch, demografisch, geografisch, militair per land. Wat ontbreekt, is de verbeelding, met andere woorden de collectieve overtuiging dat het die rol moet spelen.
Panel 7 – Vrijhandel en Afrika: het bondgenootschap dat alles verandert
Hadja Lahbib, Europees commissaris voor Crisisbeheer, kwam net terug uit New York en van een missie in de Grote‑Merenregio – Congo, Burundi, Rwanda. Ze deelde een overtuiging: de EU is de eerste handelspartner van Afrika, en Afrika is haar vierde partner. Het programma Global Gateway heeft al meer dan 306 miljard euro gemobiliseerd, waarvan 120 miljard voor Afrika. Maar de situatie op het terrein is zorgwekkend: conflicten blijven aanhouden, de wereldwijde humanitaire hulp neemt af en de Verenigde Staten hebben zich teruggetrokken uit de WHO en tal van ngo’s. “Virussen vragen geen visum,” herinnerde ze.
Louis Michel, voormalig Europees commissaris en oud‑minister van Buitenlandse Zaken, pleitte voor een ambitieus idee: een grote vrijhandelszone tussen de Afrikaanse Unie en de Europese Unie. In 2050 zal Afrika 2,5 miljard inwoners tellen, de grootste jeugd ter wereld en enorme hulpbronnen. Deze gemeenschappelijke markt zou de eerste economische en commerciële macht ter wereld vormen. Europa, zei hij met passie, “is het mooiste politieke idee van de vorige eeuw, misschien wel van de hele moderne geschiedenis”. Maar het zal niet overleven zonder politieke moed.
Bernard Quintin, voormalig diplomaat die zeven jaar in Centraal‑Afrika heeft gewoond, bracht het debat terug naar concrete realiteiten: als we echt een partnerschap met Afrika willen, moeten we met massale investeringen komen – niet met enkele miljoenen hier en daar, maar met miljarden. En in sectoren die lokale jobs creëren: in de eerste plaats de agro‑industrie, die mensen ter plaatse verankert en migratie vermindert.
Ahmed Reda Chami, ambassadeur van Marokko bij de EU, vulde dit beeld aan met concrete cijfers: Marokko levert al 17% van het Spaanse elektriciteitsverbruik tijdens stroomonderbrekingen, beschikt over een zonne‑ en windenergiepotentieel dat vergelijkbaar is met Nigeria’s olie, en is een van de grootste Japanse industriële werkgevers. Zijn boodschap: de Europese strategische autonomie en de Afrikaanse strategische autonomie worden samen opgebouwd, niet tegenover elkaar.
Panel 8 – Opnieuw een supermacht worden: de conclusies
Het panel bracht Sophie Wilmès (ondervoorzitster van het Europees Parlement, voormalig eerste minister) en Guy Verhofstadt (voormalig eerste minister en oud‑leider van de liberale fractie in het Europees Parlement) samen.
Verhofstadt was het meest direct: “Europa is niet voorbereid op de huidige wereld. Duidelijk.” Hij gaf een concreet voorbeeld: een Poolse president die momenteel 40 miljard voor de Europese defensie blokkeert, door gebruik te maken van de unanimiteitsregel. Zijn conclusie: er is nood aan een nieuw verdrag, met degenen die vooruit willen. Zoals in de Verenigde Staten in 1787, toen negen staten besloten vooruit te gaan zonder op de vier dwarsliggers te wachten.
Sophie Wilmès bracht een belangrijke nuance aan: de Verenigde Staten blijven een bondgenoot, maar de relatie is vandaag “veel brutaler, veel minder voorspelbaar”. De valkuil die we moeten vermijden, is mee te stappen in het Amerikaanse narratief – dat zegt “we houden van jullie, we doen dit voor jullie” – terwijl de Amerikaanse nationale veiligheidsstrategie expliciet is: regeringen in Europa steunen die vijandig staan tegenover het Europese project om de Unie te verzwakken. “Om een gezonde relatie te hebben, moet je in staat zijn om zelf te lopen.”
De dag eindigde met toespraken van Boris Dillis, Brusselse minister‑president, en Adrien Dolimont, Waalse minister‑president, gevolgd door de conclusies van Georges‑Louis Bouchez. Heel binnenkort zullen we de integrale versie van hun redevoeringen kunnen publiceren. Hun slotboodschap: Europa is de mooiste politieke innovatie van de hedendaagse geschiedenis. Het staat vandaag op een kruispunt. Het is niet te laat, maar het is tijd.


